Wednesday, January 05, 2005

 

GOOISE STRAATSPELEN


SPEL WIJKT VOOR BLIK

Kinderspelen
Om onze huidige jeugd zoet te houden zijn kostbare voorzieningen getroffen.
Waar echt duur speelgoed ontbreekt, floreert het kinderstraatspel. Alleen
in de derde wereld is de jeugd nog noodgedwongen creatief bij het maken
van spelattributen. Bovendien worden daar de speelterreinen nog niet bezet
door het blikken speelgoed van hun ouders. Bij ons zijn, met de komst van
de Heilige Koe en de Beeldbuis, de kinderspelen uit het straatbeeld
verdwenen. Wie nu nog iets wil weten over zijn 'straatjeugd' moet er een
boek op naslaan. Soms herkent men de beschrijving van een spel niet.
Vroeger gaf de oudere jeugd het voorbeeld aan de jongere. Spelregels en
spelnamen waren dus van dorp (stad) tot dorp verschillend. Over het spel
van de Gooise jeugd uit de jaren dertig en veertig bestaat een zeer
uitgebreid en boeiend boekje: 'Kinderspelen in het Gooi' van dr. A.C.J. de
Vrankrijker.(1)
Helaas zijn er weinig fotografen geweest die dit verdwijnend fenomeen
hebben vastgelegd. Zij fotografeerden beroepsmatig alleen de door
volwassenen georganiseerde spelen, zoals met koninginnedag.
Breugel schilderde verschillende malen het straatspel, terwijl het notabene
alledaags was.
Hopelijk zijn er ouders geweest, die hun kroost niet alleen als stilleven
gekiekt hebben, maar ook in actie. Zulke foto's zullen zeldzaam zijn, want
vroeger waren fototoestellen in oude wijken, zoals in Vesting Naarden, dun gezaaid.
De jeugd heeft in de Vesting heel wat afgespeeld, ondanks de smalle (toen
breder zonder 'blik') straatjes. Voor het spel werden geen of vaak
zelfgemaakte 'sportartikelen' gebruikt. De wallen vormden als speelterrein
een hoofdstuk apart.
Zoals vermeld heeft dr. De Vrankrijker zeer veel Gooise kinderspelen
uitvoerig beschreven. Ook in de Vesting heeft hij de jeugd tijdens hun
spel gadegeslagen. Toch ontbreken in zijn boekje enkele spelen uit onze
vestingstad. Sommige zijn mogelijk later ontstaan, andere werden al ver
voor de jaren dertig gespeeld. Het is onmogelijk al die spelletjes op te
sommen.
Beschreven staan o.a. krijgertje, verstoppertje, balspelen, hinkelen,
bok-sta-vast, driehoeken (potjepikken), landkapertje (landgappertje) enz.
Niet beschreven staan bijvoorbeeld zandhappertje, Amerikaantje, toet om
het blok.

Pinkelen
Ook pinkelen komt niet uitgebreid aan bod. Alleen wordt één van de
varianten als meisjesspel genoemd. Volgens een andere schrijver (2) was
pinkelen een eeuwenoud jongens- en mannenspel. Het staat zelfs op
zeventiende eeuwse tegels afgebeeld. (3) Er bestonden zelfs vier
hoofdvarianten, één van deze spelsoorten werd tot in de jaren vijftig in
Naarden gespeeld. Het was erg populair onder de jongens. Mogelijk leidde
baldadig spel tot gebroken ruiten en klachten bij de politie. Bij voorkeur
koos de jeugd een speelveld ver van woningen of omringd door blinde muren.
De Westwalstraat naast de Mariaschool en ook het Promersplein waren van
die plekken.
Voor het spel was alleen een slaghout van 60 cm en een pinkelhoutje nodig.
Het pinkelhoutje bestond uit een rond stokje met een dikte van 3 en een
lengte van 12 centimeter. Aan beide einden werden, als bij een potlood,
punten gesneden. Tijdens de vakantie en op zomeravonden was de jeugd
meestal buitenshuis te vinden. Vaak besloot een groepje jongens spontaan
om te pinkelen. Het aantal spelers kwam er niet op aan.
Met krijt werd op straat een vak van één bij één meter getekend. Daarna
werd getost wie het eerst aan slag was, de rest verspreidde zich in de
straat. De slagman ging in het getekende honk staan. In zijn linkerhand
hield hij tussen duim en wijsvinger een punt van het stokje vast. Na het
loslaten sloeg hij het pinkelhoutje met het slaghout de straat in. Bij
drie keer misslaan was een ander aan de beurt. Was de slag raak, dan
probeerden de spelers het houtje met hun handen te vangen. Ook ving men
het houtje wel tussen de tanden, dat leverde extra punten en later een
kunstgebit op.
Vanaf de vangplaats moest het houtje in het honk gegooid worden. Wie dat
lukte was aan slag. Kwam het echter precies op de honklijn, dan moest de
slagman 'neuzen'. Hij probeerde het slaghout verticaal op één van de
punten te laten vallen, zodat het stokje buiten het honk sprong.
Werd naast het honk gegooid of raakte het stokje na het wegslaan de grond,
dan speelde de slagman door. Met een slag op een punt liet hij het houtje
opspringen en sloeg het tijdens die sprong verder. Ondertussen probeerden
de andere spelers het te vangen. Bij misslag of vangen werd gewisseld van
slagman. Het was de kunst om het pinkelhoutje zo ver mogelijk weg te
slaan. Winnaar was hij, die de grootste afstand had overbrugd.

Zandhappertje
Er waren ook spelletjes voor zanderige terreinen, waarbij een mes nodig
was. Het 'landgappertje' staat uitvoerig te boek, (1) daarom een
beschrijving van 'zandhappertje'. Bij dit spel haalden de jongens allerlei
toeren uit met een zakmes. Na een eenvoudig begin werden de kunstjes
steeds ingewikkelder. Alles ging in een bepaalde volorde. Na het mislukken
van de truc was een ander aan de beurt. Onhandige kinderen kwamen niet
verder dan eenvoudige worpen en nooit toe aan moeilijke. Wie steeds de,
meer vaardigheid eisende, handelingen foutloos uitvoerde was winnaar. Na
afloop van het spel werd een lucifer in het zand gestoken. Alle spelers
gaven er met het heft van het mes een klap op. De verliezer moest met zijn
tanden de lucifer uit de grond trekken. Logisch, dat hij daarbij flink in
het zand hapte.
Men begon met drie keer het mes in het zand te gooien. Het mes moest
redelijk rechtop blijven staan, ook bij de volgende kunstjes. Had iedereen
een beurt gehad, dan werd het mes op de palm van de hand gelegd. Vanaf die
hand werd in het zand gegooid. Daarna ging het mes op de rug van de hand
en zo in het zand. Na dit kunstje zette men het mes op de
linkerwijsvinger. Met de rechtervinger gaf men het topje van het heft een
zet, zodat het mes naar voren en in het zand tuimelde.
De truc, die volgde begon met de vorige uitgangspositie. Nu was het echter
de bedoeling, dat het mes enkele salto's en een radslag in het zand
maakte. Veel van deze kunstjes hadden een naam. In de oorlogsjaren noemde
jongens uit onnozelheid de laatst beschreven truc nog steeds 'De
wandelende jood'. Het is triest achteraf te weten, wat toen met onze
joodse leeftijdsgenootjes gebeurde.

Noten:
1. Dr. A.C.J. de Vrankrijker. 'Kinderspelen in het Gooi', uitg. Poolman -
Naarden 1981.
2. Kalma, J.J. 'Tipeljen, Biskriuwing fan in ald folksspul'. In Folkskun-
dich jierboek III, Ljouwert, Fryske akademie 1970. (Tipeljen is vrij
vertaald uit het Fries: Pinkelen) Spelregels met afbeeldingen van tipeljen.
3. Pluis, Jan, 'Kinderspelen op tegels', uitg. Van Gorcum, Assen 1979.


4. Het spel Pinkelen werd ook op Oost Java gespeeld.
http://www.visum-indonesie.nl/cms/publish/content/showpage.asp?pageid=1135

___________________________

Aanvullingen:

Gooi en Eemlander. Zaterdag 12 October 1895 Naarden
Kinderspelen. Ongeluk: Zoontje van de heer K. arm gebroken door 'verlosspel'.
(Commentaar in de krant: Echte jongensspelen zoals 'steltloopen', 'kastie',
'petjeballen' enz. worden zeldzamer. De jeugd rent en vliegt maar heen en weer.)

Kinderspelen van Breugel:

http://www.artfactory.com/perspective_drawing/perspective_14.htm

____________________________________

Gratis website teller



DE OMROEPER OKT. 1993, JAARGANG 6, NR. 4
auteur:
F.J.J. de Gooijer
--------------------------------
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/

Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/

--------------------------------

Gastenboek
http://erfgooijers.write2me.nl/
___________________

Labels:


This page is powered by Blogger. Isn't yours?